Menu

Snertduik from Peter de Bruin on Vimeo.

 

Adverteerders


  

Bezoek mijn actiepagina en ga samen met mij en alle anderen de strijd tegen kanker aan!

Met een duikbril voor de ogen en een snorkel in de mond kun je onder water heel rustig rondkijken. Om lucht te happen hoef je niet meer het hoofd uit het water te tillen. Met vinnen aan je voeten beweeg je je lichter door het water en maak je ook veel minder lawaai, zodat de vissen minder snel schrikken. En met een persluchtfles op je rug en een ademautomaat in de mond ben je niet meer gebonden aan de wateroppervlakte en kun je in plaats van seconden, urenlang in de bijna stille onderwaterwereld rondzweven. Vrij van zwaartekracht kun je je echt in drie dimensies bewegen.

De meeste onderwatersporters zijn via avontuurlijke filmdocumentaires (Jacques Cousteau) voor het eerst in aanraking gekomen met persluchtduiken. De meeste onderwaterfilms worden in de tropen geschoten, op kleurrijke koraalriffen bewoond door spectaculaire vissen. Omdat het zeewater rond de evenaar glashelder is, kun je hier zonder veel problemen prachtige opnames maken.

In de Nederlandse zoete en zoute wateren is het zicht daarentegen meestal beperkt tot een paar meter, soms 15 meter, soms reikt het door algenbloei zelfs niet verder dan 10 cm. Toch is de natuur hier kleurrijker dan menigeen denkt. Boven de laagwaterlijn mogen de Hollandse duikhellingen kaal zijn, maar eronder barst het werkelijk van het leven. Tussen groene, bruine en rode wieren, schelpdieren, sponzen, kokerwormen, mosdiertjes, zeeanemeonen en zakpijpen scharrelen tal van zeesterren en zeeëgels, huisjes- en naaktslakken, garnalen, kreeften, krabben en vissen rond. Je kunt al deze dieren heel rustig bekijken en zo dicht naderen, tot je er met je neus bovenop zit, en daarbij komt dat je duikbril ook nog eens als vergrootglas werkt. Voor een soortenrijke duik in het zoete water kun je het best 's nachts ondergaan: de meeste vissen rusten dan en zijn minder schuw.

In principe zijn mensen niet gemaakt om onder water te bewegen, daarom hebben we een arsenaal aan apparatuur nodig om te kunnen duiken. In het relatief koude Nederlandse water trekken we een warmte-isolerend neopreen pak aan. Om het drijfvermogen van dit pak te compenseren gespen we een zware loodgordel om. Als we afdalen doet de waterdruk de warmte-isolerende luchtcellen van het duikpak slinken. Om dit verlies van volume te compenseren, dragen we een opblaasbaar trimvest of trimjack opdat we kunnen blijven zweven. En om ons in ruimte en tijd te oriënteren hebben we een kompas, een horloge en een dieptemeter of duikcomputer bij ons. En tot slot geeft een manometer aan hoeveel lucht er nog in onze fles zit, dus hoelang we nog onder kunnen blijven.

Veel mensen zien persluchtduiken als een geheimzinnige, gevaarlijke sport voor avontuurzoekers met een dikke beurs. Deze stelling is pertinent onjuist. Zolang men een gedegen theoretische en praktische opleiding heeft gevolgd en zich daarna aan de veiligheidsvoorschriften houdt, gaat de onderwatersport niet gepaard met grote risico's. Vergeleken met andere sporten is sportduiken ook niet duur. De aanschaf van een duikuitrusting vergt een aardige bedrag, maar als je bedenkt dat de meeste spullen meer dan tien jaar meegaan, valt de prijs uiteindelijk best mee. En verder heeft elke toeristische trekpleister langs een zonnig strand tegenwoordig wel een duikbasis. Voor de mooiste duiken moet je wel een beetje avontuurlijk ingesteld zijn: die duikstekken liggen namelijk per definitie nooit voor de deur van het hotel.

Gevaarlijk is persluchtduiken niet meer en het macho karakter heeft deze hobby al lang verloren. Het blijft echter een feit dat het menselijk lichaam niet aan een onder water bestaan is aangepast. Het inademen van lucht onder druk (zoals bij persluchtduiken gebeurt) kan daarom niet alleen bij ondoordachte duiken naar grote dieptes, maar ook bij een te snelle opstijging van geringere dieptes tot ongevallen leiden. Een grondige medische keuring en een goede opleiding zijn daarom van levensbelang.

Een goede theorie opleiding leert je in een aantal stappen (modules) het nodige over de duikapparatuur, over de effecten van druk op het menselijk lichaam en hoe te reageren in hachelijke situaties. De praktijkopleiding begint meestal met oefeningen in het zwembad. Ervaring doe je vervolgens op tijdens de duiken onder begeleiding van een instructeur. Voor een duikopleiding kun je kiezen tussen een duikschool en een vereniging. De opleiding bij een duikschool is intensief, hij gebeurt vaak in sessies van meerdere uren per dag in opeenvolgende weekeinden. Verenigingen staat in het algemeen slechts één wekelijks trainingsuur ter beschikking, waardoor de opleiding eerder maanden dan weken in beslag neemt en dus de kennis beter verankerd wordt. Daarbij komt het verenigingsleven met jaarlijks diverse (duik)activiteiten en een kleiner kosten plaatje.

Een groeiend aantal duikscholen en meer dan 250 duikverenigingen zijn aangesloten bij de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB). De NOB is de enige niet-commerciële sport duikorganisatie in ons land en wordt erkend door de overheid (WVC) en NSF/NOC. Ze werkt met een opleidingssysteem dat speciaal gericht is op het duiken in koud water gebieden (door de koude, het matig zicht en de getijde stromingen een meer verraderlijke omgeving dan de tropen). Dit gemoduleerde systeem met "sterren"-brevetten en gekwalificeerde instructeurs wordt erkend door CMAS, de internationale overkoepelende duikorganisatie.